I
*><*
I
I
Thank
God for Gilbert,

die deze kerst een beetje
leesbaar houdt: de Groene valt
me dezer weken niet mee. Vrijblijvend
geleuter van en over allerlei mensen die met
hun god omgaan, zonder dat
ze grondig worden tegengesproken of
tenminste worden ondervraagd. Knevel wordt
besproken, maar waarom niet eens zelf zo stevig
aangepakt als hij anderen in zijn show doet, door bijvoorbeeld Aart?

                         

Het is niet de taak van de Groene om stellingen te betrekken,
maar om die van anderen te laten zien? Is dat het misschien? Toch
ook dan: die stellingen worden verdoezeld, in watten verpakt. De Groene
loopt geen risico: Eerlijk mag Rob Hartmans schrijven, dat Guepin's kritiek op de
Katholieke kerk kinderachtig is, omdat mensen nu eenmaal  hun eigen verantwoordelijkheid
hebben, terwijl hij enkele regels later schrijft dat het bij de katholieke kerk
allemaal om macht gaat. Maar: onder atheisten leven vaak ook de meest absurde
ideeen: 'Linkse godloochenaars zijn er nog altijd van overtuigd dat de mens goed is' - een
gedachte, voor Hartmans zodanig belachelijk dat hij de behandeling ervan verder onnodig acht.

    
De Amerikanen vieren Kerst in Kabul;                                                      de Afghanen ook.  (Geheel vrijwillig.)
Gelukkig doet Aart dat niet. Eigenlijk is hij de enige die in zijn stuk serieus
zelf op de dingen ingaat. Hij schrijft: "Na een eeuw waarin de mens zich van zijn
meest onmenselijke kant liet zien is uitgerekend het kwaad gereduceerd tot een
abstract begrip. Het is praktisch verdwenen uit ons vocabulaire.(...) Je zou haast
denken dat we het kwaad in onze welvaartsmaatschappij hebben gedomesticeerd (...).
Zelfs onze filosofen hebben het kwaad uit hun canon wegggeschreven." Om te beginnen
definieert Aart hier, stiekum, het 'goed' in een directe tegenspraak met Hartmans: als de mens zich
in de laatste eeuw van zijn onmenselijke kant heeft laten zien, dan is de
menselijke kant dus goed. Aart moet dit wel stiekum doen, want hij doet
erg zijn best om voor cynisch (d.w.z.boven de waarden staand), door te gaan.
Waar is het Kwaad gebleven? Het kwaad is verdwenen, niet omdat wij het gedo-
mesticeerd hebben, maar omdat het ons heeft gedomesticeerd. Laten we het eerst weer
zichtbaar maken: wat was het ook weer? Het was een derde van de wereldbevolking die is
buitengesloten. Die honger lijdt omdat wij hun land onder hun gat vandaan kopen en hun zee onder
hun achterlijke bootjes leegvissen en vervangen door coca cola.. "Ze willen het toch zelf?" vragen wij
onschuldig, "Mensen hebben nu eenmaal hun eigen verantwoordelijkheid".  En
verder wordt dit puntje giechelig verwezen naar het globalisatiedebat en overgelaten
aan de geitenwollen sokken en Lubbers, als een van die 'grote  verhalen' waaraan wij
vandaag de dag geen behoefte meer hebben. Waarom mogen we dit geen 'kwaad' meer
noemen? Omdat 'onze filosofen' het begrip 'kwaad' belachelijk hebben gemaakt door het te
koppelen aan de achterlijke 'van god gegeven' moraal. En omdat zij die in god geloven geen gelegenheid
voorbij lijken te laten gaan om die god nog achtelijker en belachelijker te
maken dan hij al was. Wij, ongelovigen, zwelgen daarin, want hoe belachelijker zij
zichzelf en hun god maken, hoe onschadelijker het 'kwaad' wordt. Zo laten we joden in
Nederland onweersproken stellen dat ze recht hebben op israel omdat god ze dat land heeft
beloofd, en andere fundamentalisten mogen voor schut gaan met uitspraken tegen de homosexuelen.
Maar het kwaad heeft ook een instrumentele kant. Als er een vuiltje in de benzine zit loopt ons autootje
niet meer. Als we dat vuiltje nu 'het kwaad' noemen, dan maken we ons belachelijk, omdat we er niet zo
zeker meer van zijn dat het wel zo belangrijk is dat ons autootje rijdt. Maar nu is het, na de 11e september
zover dat we moesten gaan inzien dat dat derde deel van de wereldbevolking dat ons haat het vuiltje in onze benzine
is geworden. En ons autootje lijkt een beetje te stotteren.
Ach het is allemaal al zovaak geschreven en gezegd. Gelukkig
is het kersmis, en dan kunnen we onder de boom al die oude
vertrouwde verhalen weer eens uit de ballendoos halen en
ze oppoetsen tot ze glimmen. Daarna hangen we ze in de boom
en leggen we er de cadeautjes onder. De brandweer komt
toch niet.
 

Hoe zal het zijn, in Kabul,
als straks de Vredesmacht
weer inpakt?
Hoeveel hoeren zullen er dan zijn,
en hoeveel van hen met HIV besmet,
omdat onze jongens nu eenmaal
hun behoeftes hebben?